Louise Visser, Assistent-uitgever bij Amsterdam University Press


“Ik ben erin gerold” is wat je vaak hoort als je vraagt hoe mensen in hun huidige beroep of functie terecht zijn gekomen. En daarmee weten studenten nóg niet hoe ze het voor elkaar moeten krijgen … Maar het is waar, je rolt ergens in. Daar kun je alleen wél invloed op uitoefenen. Vaak kun je niet het hele traject van begin tot eind plannen, je kunt het niet eens overzien, maar een algemeen gevoel van richting, van interesse, helpt al om een stapje te zetten. En van daaruit een volgend stapje.

Volg je hart en volg aanknopingspunten. Als je iets ziet, een advertentie, aankondiging, vacature, een verhaal van iemand, …, en je denkt “Hé …!”: ga erachteraan, ga informatie zoeken, een evenement bijwonen, met een medewerker op de falculteit praten, solliciteren (je mag altijd nee zeggen), … Dan kom je op plaatsen en in situaties waar je weer andere dingen ziet en hoort waarbij je denkt “Hé …!” – dingen die je anders niet gezien en gehoord zou hebben.

Ik heb altijd dolgraag iets met ‘boeken’ willen doen. Maar ik had geen flauw idee hoe ik dat voor elkaar zou kunnen krijgen. Mijn andere liefdes waren taal, geschiedenis, en kennis en informatie verwerken en analyseren. Mijn studies GLTC en Mediaevistiek vond ik fantastisch en ook het werken aan mijn afstudeerscripties vond ik heel leuk. Dus dacht ik: ‘ik ga gewoon proberen of ik hiermee door kan gaan’. Daarvan wist ik tenminste wél hoe ik het voor elkaar kon krijgen. Het eerste “Hé …!”-moment had ik toen we college kregen van toen aio Wytze Keulen en hij vertelde over zijn jaren bij de ThLL. Hij zei dat er telkens voor 3 jaar een plek is voor een Nederlander. Ik heb onmiddellijk aan hem en Ruurd Nauta laten weten dat mij dat geweldig leek. Ruurd Nauta heeft mij daarna voorgedragen toen de plek weer vrij kwam, maar mijn concurrente had haar scriptie al af en ik nog niet, dus zij werd het. Maar ik was mooi wel aan het Spui in Amsterdam in gesprek geweest met Harm Pinkster en Piet Schrijvers, die mij aanmoedigden om voor een promotieplek te gaan.

Zo gezegd, zo gedaan. In Nederland waren de kansen heel klein, maar je kon wel beurzen krijgen om naar het buitenland te gaan. Dat had ik allemaal al ontdekt toen ik in mijn 3e jaar een half jaar in Frankrijk ging studeren. Ik bestudeerde Latijnse grammaticaboeken uit de late oudheid en vroege middeleeuwen en ik had altijd zelf een sterke mening over grammatica-onderwijs, dus in de beursaanvraag zei ik dat ik uiteindelijk graag de samenleving iets terug wilde geven door mee te werken aan schoolboeken. Zo zouden mijn liefdes allemaal mooi samenkomen.

Het lukte, ik mocht een jaar naar het buitenland om me verder te specialiseren. De keus voor de bestemming werd ingegeven door de inhoud: een plek waar ik met mijn specialisatie precies paste, het Centrum voor de Historiografie van de Linguïstiek aan de KU Leuven. Ik heb ook professoren in exotischere oorden aangeschreven, maar die hebben allemaal niet geantwoord. Ze hoefden me niet te betalen, dus ik was in Leuven zeer welkom. Vervolgens vonden ze dat ik het best goed deed, dus deden ze een projectaanvraag waar ze mij op wilden aanstellen. Tegelijkertijd deed ik ook zelf mee aan aanvraagrondes in Nederland en België. Spannend allemaal, maar ik wist één ding zeker: als ik niet het uiterste probeer om dit voor elkaar te krijgen, krijg ik spijt.

En toen zag ik ineens op een prikbord ergens in de Leuvense faculteit een vacature hangen. Junior Publishing Manager bij Brepols Publishers. Als ik érgens graag wilde werken … Hoe vaak ik in Groningen al niet voor de kast met oranje boeken had gestaan, denkend ‘als je daar toch zou kunnen werken …’ Voor deze baan moest je Italiaans kunnen, maar ik had intussen twee jaar cursus achter de rug, dus ik ben in de pen geklommen. En dan kun je zomaar ineens heel dicht bij je droom komen. Het werd zeer gewaardeerd dat ik ook Frans sprak – en we hadden zelfs een gemeenschappelijke kennis in Frankrijk. Zo gaan die dingen, je stapt door een deur en dan zijn er ineens connecties en mogelijkheden waar je vooraf geen idee van had. Helaas was hier mijn concurrent een Italiaan, dus weer werd ik het niet.

Alle aanvragen waren intussen mislukt en ik had me al ingeschreven voor de lerarenopleiding in Groningen, toen ik twee volgende beurzen kreeg om het nog een jaartje te blijven proberen. En toen werd de projectaanvraag van mijn Leuvense professoren goedgekeurd en werd ik daarop aangesteld. Een paar jaar ging ik vol voor de wetenschappelijke carrière, totdat steeds meer dingen me begonnen tegen te staan. De offers die ik zou moeten brengen om ermee door te gaan, waren te hoog. Ik heb wel geprobeerd om op mijn manier een post-doc te bemachtigen, maar dat is niet gelukt. Wel kreeg ik in de laatste maanden van mijn baan aan de KU leuven, toen ik al gepromoveerd was, ineens een verzoek van … Brepols Publishers. Of ik Peer Reviewer wilde zijn voor een boek dat hen ter publicatie was aangeboden. Ik heb op deze review héél erg mijn best gedaan …! Dat moest ook wel, want de inhoud was heel goed, maar het was slecht geschreven.

Ondertussen probeerde ik te bedenken hoe het nu verder moest. Wat ik als promovendus heb gedaan, kun je ook heel goed doen als student: van een afstandje kijken naar wat je nu eigenlijk precies zo leuk vind aan dit werk, deze studie. Welke dingen of aspecten vind je echt heel leuk? Waar word je blij van? Wanneer heb je een heel tevreden gevoel over een dag, wat heb je dan gedaan? En wat vind je niet leuk? Wanneer loop je tegen een muur aan? Vervolgens kun je de werkzaamheden, activiteiten en capaciteiten “vertalen” naar andere beroepen en functies. Ik kwam uit bij ‘dienstverlenen’ en ‘regelen/organiseren’. Ik ben gaan solliciteren naar functies waar die aspecten in zaten, binnen terreinen die me interesseren: taal en tekst, bibliotheken, hoger onderwijs, culturele instellingen. Hoewel het me geen baan opleverde – het was crisis – ben ik op allerlei plekken geweest en heb met allerlei mensen gesproken, en al surfend op internet mijn horizon verbreed. Ik had weer een “Hé …!”-moment toen ik op de website Academic Transfer (vacatures hoger onderwijs en wetenschap) een aankondiging zag van een loopbaancoach speciaal voor hoger opgeleiden die vastliepen. Ik heb contact opgenomen en een aantal sessies gehad, wat me erg heeft geholpen om de focus terug te krijgen op wat voor mij nu echt belangrijk is in werk. Door al die afwijzingen was ik zover dat ik alles wel zou aannemen.

En toen kwam de volgende baan gewoon in mijn schoot vallen, door de lijntjes die ik in de voorgaande jaren uitgezet had door gewoon mijn hart en de aanknopingspunten te volgen. Ze zochten een invaller bij Brepols Publishers en ze dachten aan mij. Ik hoefde geen seconde na te denken. En het was fantastisch. Ik wilde blijven. Maar dat kon helaas niet. En weer kwam er een “Hé …”-moment: ik werkte bij Brepols samen met een bedrijf dat voor ons het zetwerk deed en dat aardig aan de weg timmerde in uitgeefland. Via Linked-In zag ik op een goede dag dat dit (Belgische) bedrijf een samenwerking was gestart met hét Nederlandse detacheringsbureau voor educatieve en wetenschappelijke uitgeverijen: B1 Detachering. Daar had ik nog nooit van gehoord, maar ik heb ze gebeld en gezegd dat ik met hun Belgische partner samenwerkte en binnenkort weer een baan zou zoeken. Ze waren meteen enthousiast. Zou ik toch nog de schooboeken ingaan, zoveel jaar nadat ik die gedachte had gehad!

Dat werd het niet, het werd een detachering bij Amsterdam University Press voor drie maanden. Nog beter! Ik heb meteen mijn appartement in België opgezegd omdat ik via vrienden in onderhuur kon in Amsterdam en ben ervoor gegaan. Dit was mijn kans. Het was nog steeds crisis, dus vond ik (hoewel aanvankelijk met heel veel stress) vrij gemakkelijk een appartement via de leegstandwet even buiten Amsterdam. Mijn detachering werd steeds weer een maandje verlengd, tot na een half jaar een collega een deel van zijn taken afstootte, waar ik precies geschikt voor was. Een jaarcontract bij AUP zelf, hoera! En intussen zit ik er alweer een paar jaar. Dus, zo ben ik erin gerold … Voor mijn functie hoef je beslist niet gepromoveerd te zijn en dat zie je ook aan het salaris, maar het is me op het lijf geschreven. Dat ik de wetenschap en het facultaire leven van binnenuit ken, helpt wel zeer in de communicatie en omgang met onze auteurs. Als ik een hoger salaris zou willen, zou ik de acquisitie in moeten en dat past niet bij mij. Dus dat doe ik niet. Verder is alles voortdurend in ontwikkeling, dus wie weet wat ik nog allemaal ga doen!

Heb vertrouwen en volg de aanknopingspunten!