Marlies Schipperheijn, oprichter communicatiebureau Alfa@work


Een studie GLTC ligt misschien niet voor de hand, als je bij aanvang al weet dat je geen docent in het middelbaar onderwijs wilt worden. En ook niet rechtsreeks een uitkering in wilt, een cliché dat je vaak om je oren krijgt als je kiest voor een alfastudie. Ik heb GLTC gekozen omdat ik de oudheid niet uit mijn hoofd kreeg. Daar ging wel eerst een enigszins halfhartig gekozen, en vervolgens plezierloos jaar Nederlands aan vooraf. Maar goed, all is well that ends well.

In mijn ogen is GLTC een brede opleiding, die je geschikt maakt voor veel verschillende werkzaamheden en beroepen. Je moet wel bereid zijn dat standpunt te verdedigen en vooral om het heel praktisch handen en voeten te geven. En niet te vergeten: je over de typische ‘alfaziekte’ heen zetten: denken dat iedereen kan wat jij kunt. Dat is namelijk niet het geval. De studie GLTC leert je om grote hoeveelheden informatie snel en coherent te verwerken, om hoofd- en bijzaken te scheiden, teksten te schrijven, te argumenteren, en vragen te stellen over de bron van welke informatie dan ook. Doorzettingsvermogen, discipline en concentratievermogen: als je het al niet in huis hebt, dan ontwikkel je het wel tijdens GLTC. In mijn werk heb ik er in ieder geval dankbaar gebruik van gemaakt.

Na mijn afstuderen in zomer 2003 wilde ik graag richting bedrijfsleven. Dat ging niet helemaal zonder slag of stoot. Na talloze sollicitaties (GLTC is geen gemiddelde werkgevers-magnet) kwam ik terecht bij Essent op de crediteurenadministratie. Ik vermoed nog steeds dat de enige reden dat ik daar binnen kwam, een verwaarloosde droom van de HR functionaris van Essent was. Tijdens mijn sollicitatiegesprek, dat 60 minuten duurde, hebben we het namelijk 55 minuten over de archeologische campagnes in Italië, Griekenland en Turkije gehad, die ik op mijn cv had gezet.

Van boekhouding terug naar de oudheid: begin 2004 werd ik aio bij de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap (GG&GW) in Groningen. Met veel plezier heb ik daar mijn dissertatie afgerond, een onderzoek naar een hellenistische heerserscultus, wat een vervolg op mijn scriptie was. In de loop van deze baan kwam ik erachter, dat ik het niet ambieerde om dieper de wetenschap in te duiken. Bovendien vond ik de eindeloze strijd om onderzoeksbeurzen ontmoedigend en geen aanlokkelijk toekomstperspectief. Naast horecawerk voor het broodnodige op de plank, ging ik opnieuw op zoek naar mogelijkheden in het bedrijfsleven. Dankzij de vaardigheid om grote hoeveelheden informatie te verwerken, kreeg ik werk als documentalist bij Sanquin Consulting Services, een onderdeel van de bloedbank. Ook werkte ik als universitair docent bij Letteren en GG & GW in Groningen. Ik kwam erachter, mede door veel netwerkgesprekken te voeren, dat ik graag verder wilde in het communicatievak. Door krapte op de arbeidsmarkt was het moeilijk om daar ervaring op te doen.

Om een en ander toch aan het rollen te krijgen, begon ik in 2008 met vrijwilligerswerk bij het Noordelijk Scheepvaartmuseum, rondleidingen geven. Een schier oneindige map met informatie moest eerst worden doorgewerkt voor ik op het publiek werd losgelaten: concentreren en doorzetten. In 2012 kon ik in hetzelfde museum als hoofd communicatie en pr aan de slag voor 2 dagen in de week. Inmiddels werd ik naast dit werk al vaker gevraagd door mensen ‘om eens naar hun tekst/artikel/cv’ te kijken. Aangezien ik al sinds mijn 16e wist dat ik ooit een eigen bedrijf wilde, leek het me toen een goed idee om dat plan naar voren te halen. Ik startte dus in 2011 mijn communicatiebureau Alfa@work. Gewoon aan het werk met die vaardigheden die ik had opgedaan tijdens mijn studie, en had aangevuld met nieuwe kennis op het gebied van moderne communicatiemiddelen zoals social media. Sinds de zomer van 2015 heb ik mijn baan bij het museum opgezegd wegens de drukte bij mijn eigen onderneming: geen moment spijt!